01-06-05

WE MOETEN RENNEN SPRINGEN VLIEGEN - Redactioneel maart '05

Redactioneel maart 2005

We moeten rennen springen vliegen

Ik weet niet hoe het bij u zit, maar in mijn vriendenkring vormt ‘werk’ hét centrale probleem. Het is het onderwerp dat aanleiding geeft tot 70% van de gesprekken, discussies, conflicten en irritaties. Ruwweg geschat weliswaar, want er is tot op heden nog geen onderzoek rond gebeurt.

Wat ‘werk’ dan tot zo’n explosief thema maakt? Wel, in het algemeen zijn er twee oorzaken: enerzijds het gebrek eraan, anderzijds het te veel aan werk. Terwijl het ene deel van de vrienden zich de naad uit het lijf werkt –er is de verpleegster die op haar ééntje het werk van drie witte schorten verzet, er is de bediende die zo veel overuren presteert dat hij in zijn jaarlijks verlof zijn eigen vrouw niet meer herkent- terwijl dus het ene deel zich te pletter werkt, verkeert het andere deel van de vrienden in een semi-comateuze toestand om de aanstormende depressie niet te hoeven voelen. Nu denkt u dat ik overdrijf? U kent mijn vrienden niet.

Neem nu bv. Frank, die ik hier Stef zal noemen (omdat u er anders misschien Wouter in herkent). Stef dus, is nauwelijks 34 jaar en heeft, sinds hij afstudeerde in de hogeschoolrichting ‘vrije grafiek’, nauwelijks 7 jaar gewerkt. In loonverband bedoel ik dan, want hij is altijd wel voor iemand aan het werk in ruil voor een pint, een bioscoopbezoek of een knuffel. Het voorbije jaar heeft hij via interimwerk ongeveer 6 maanden aan de slag geweest. Van het ene tijdelijke contract naar het andere, intussen nog cursussen volgen om zich bij te scholen en de nieuwste grafische computerprogramma’s onder de knie te krijgen, overal keihard presteren om zichzelf op de korte tijd dat hij er in dienst is te bewijzen, nooit zeker of zijn contract verlengd zal worden, telkens weer afgedankt worden. De laatste tijd begint hij er steeds minder in te geloven dat hij ooit nog een ‘echte job’ te pakken zal krijgen. "Vierendertig en afgeschreven", zegt hij dan met een gefakte glimlach op het gezicht.

En er is Lieve, die ooit voor opvoedster studeerde maar in haar laatste opleidingsjaar door tegenslag haar studies niet afmaakte. Zij is 27 jaar, en heeft als arbeidster in een drukkerij vier jaar aaneengebreid met weekcontracten! Werkzekerheid gedurende 7 dagen! Dat waren nog mooie tijden, want sinds september zit ze thuis. De drukkerij ging failliet. Sollicitaties hebben tot nog toe niets opgeleverd, behalve vernedering dan. Dag na dag jezelf verkopen en dagelijks afgewezen worden. U kan u zich niet voorstellen hoe nefast werkeloosheid is voor je zelfbeeld, voor je zin in het leven, voor je psychologische draagkracht.

En dan bestaat mijn vriendenkring nog voor 100% uit wat men ‘autochtonen’ pleegt te noemen –wat op zich minstens een even groot probleem is dan het arbeidsprobleem, maar waar ik hier niet verder op in zal gaan. Maar als allochtoon is de situatie nog veel schrijnender. De werkgelegenheidsgraad van Belgen en Europese onderdanen schommelt rond de zestig procent. Voor mensen die afkomstig zijn uit een land dat niet tot de Europese Unie behoort, gaat het om maar liefst dertig procent. In 2002 was vijftien procent van de allochtonen uit een niet-Europees land werkzoekend. Voor autochtonen bedroeg het werkloosheidspercentage bijna vier procent. En maak u geen illusies: het gaat niet enkel om laaggeschoolden, deze verschillen in participatie aan de arbeidsmarkt gelden voor alle opleidingsniveaus. Bij schoolverlaters heeft vijftien procent van de autochtonen na één jaar nog geen werk. Maar bij de allochtone afgestudeerden is meer dan dertig procent na één jaar nog werkloos. Als ik zie hoe groot de wanhoop onder mijn vrienden is, dan gruw ik van de wanhoop die er bij mijn ‘allochtone’ generatiegenoten moet leven.

En intussen focust de Europese lentetop (op 22 en 23 maart in Brussel) verder op de strategie van Lissabon, dat wil zeggen dat de Europese staats- en regeringsleiders blijven geloven in de strategie van hun economisch recessief beleid: alle heil zal komen van verdere liberaliseringen en van een ‘actieve’ arbeidsmarktpolitiek. Dat laatste betekent dat niet de werkloosheid wordt aangepakt (door banen te scheppen), maar de werklozen (en andere ‘inactieven’). Ondanks de neoliberale recepten die men de laatste drie decennia heeft uitgeprobeerd, sleept de massawerkloosheid in Europa aan. Het geloof in de vrijemarkt is onvoorwaardelijk en beangstigend. Wie dit cynisme wil bestrijden, loopt op 19 maart met spandoeken en noodklok door de Brusselse straten. Ik doe het alleen al voor Stef en Lieve. En Ali Alibi die ik, jammer genoeg, voorlopig nog niet tot mijn vriendenkring kan rekenen.

>>>Elke Vandeperre

 




16:46 Gepost door Redactie Kenteringen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.