09-01-06

DEJA VU - Editoriaal november '05

Editoriaal november 2005

 

Déjà vu

 

Ooit ben ik op de univ in een verkeerde aula verzeild geraakt. Ik moest bij cultuurfilosofie zijn en was in één of ander rechtencollege beland. De eerste 25 minuten viel mij enkel op dat geen van mijn studiegenoten zich in de zaal bevonden. De volgende 10 minuten verbaasde ik mij over de bijzonder originele invalshoek waarmee de professor het vak cultuurfilosofie benaderde. In de laatste minuten van het college overtuigde ik mezelf dat mij het verstand ontbrak om dit soort logica te kunnen volgen. Na 1 uur stond ik terug op de gang en merkte toen pas dat ik in de aula met het juiste nummer, op de verkeerde verdieping had gezeten. Het meest bizarre aan de zaak was, dat ik desondanks het gevoel overhield veel bijgeleerd te hebben over cultuurfilosofie. De laatste maand denk ik dikwijls terug aan deze kemel, omwille van het discours rond de eindeloopbaan. Pure déjà vu! Hetzelfde gevoel van desoriëntering overvalt mij daarbij. Een gelijkaardige verwarring waarbij elke logica mij ontsnapt, waarbij ik mij verbaas over zoveel verkeerde antwoorden op zoveel verkeerde vragen.

 

Ik volg gewoon niet. De regering stelt dat er meer mensen aan het werk moeten zijn om de pensioenen betaalbaar te houden. Hier ben ik nog enigszins mee. Als er te weinig mensen werken, en dus te weinig mensen een bijdrage leveren aan die collectieve spaarpot waaruit we de pensioenen moeten betalen, dan krijgen we op termijn een probleem, kan ik me voorstellen. Maar wat ik niet snap is wat er aan die 600.000 werklozen scheelt? Vanuit mijn naïeve logica zou ik denken dat d eregering werk moet maken van tewerkstellingsmaatregelen voor die massa mensen die vandaag zit te wachten op een job.

Er klopt iets niet, toch? Blijkbaar zitten wij een antwoord te zoeken op een verkeerde vraag. Juiste aula, verkeerd verdiep. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat de pensioenen betaalbaar blijven? Dat is niet de vraag die de regering wil oplossen. De vraag die de regering in de eerste plaats wil beantwoorden is: hoe slaagt Europa erin om tegen 2010 de Verenigde Staten voorbij te steken als meest competitieve natie ter wereld? Dát is de doelstelling die op de Europese top van Lissabon in maart 2000 geformuleerd werd door de Europese leiders. En één van de belangrijkste voorwaarden hiertoe was het optrekken van de Europese activiteitsgraad van 64% naar 70%. Een jaar later werd daar in Stockholm nog aan toegevoegd dat specifiek voor de leeftijdsgroep 55 tot 65 jaar er gestreefd moest worden naar een toenam van 40 naar 50% van de activiteitsgraad. Onze regering kreeg dus een stevige portie huiswerk mee, want met onze 26% activiteitsgraad in deze oudste leeftijdsgroep, waren we bij de zwakste leerlingen in het Europese klasje. Wat belangrijk is om het huidige arbeidsmarktbeleid, en dus ook het eindeloopbaanbeleid, te begrijpen, is blijkbaar de combinatie van deze twee doelstellingen: het optrekken van de activiteitsgraad én het kunnen concurreren met de V.S. U begrijpt dat het competitieve element niet zit in het streven naar zoveel mogelijk welvaart voor zoveel mogelijk mensen. Als Europa de wedstrijd van de V.S. wil winnen zal ze in de eerste plaats de heilige spelregels van de markt moeten respecteren: het doel is dan zoveel mogelijk winst maken. En als dát de spelregel zijn, dan weten we ook dat arbeid in dienst moet staan van het streven naar winst. Dat arbeid dus een zo hoog mogelijke productie moet opleveren, met zo weinig mogelijk mensen, tegen een zo laag mogelijke prijs. Dat arbeiders ten alle tijden beschikbaar moeten zijn indien nodig, maar evengoed gedumpt moeten kunnen worden indien overbodig. Vraag en aanbod. In de marktlogica is het noodzakelijk dat bedrijven kunnen herstructureren en bedrijven kunnen sluiten of delokaliseren wanneer zij dat nodig vinden. Met die marktlogica in ons achterhoofd dat we naar meer productiviteit moeten met minder tewerkstelling en vooral goedkopere banen, wordt het eindeloopbaan-discours van de regering, plots veel makkelijker om te begrijpen. Dan versta ik waarom men mensen wil ontraden om op brugpensioen te gaan. Het brugpensioen afbouwen betekent immers besparen op de aanvullende vergoedingen die de werkgevers moeten betalen. Op die manier wordt een ontslag voor de werkgever goedkoper. Da’s mooi meegenomen in tijden van permanente herstructurering en delokalisatie! En ik versta ook waarom de huidige loonbarema’s (die rekening houden met anciënniteit en leeftijd) vervangen moeten worden door systemen die gebaseerd zijn op prestaties en productiviteit. Zo zijn de jobs van morgen voor diegenen die het hardst willen werken aan de laagste loonsvoorwaarden. Ik versta ook waarom men de sociale begeleidingsplannen bij herstructureringen wil bemoeilijken en vervangen door begeleidingsplannen voor ontslagenen, die gesanctioneerd zullen worden indien ze dat weigeren. Ook niet zo moeilijk om te verstaan is waarom de regering voor jongeren ‘stages’ voorop stelt. Echte banen worden vervangen door slecht betaalde jobs, voor de welke de werkgever nog wat fiscale aanmoedigingen krijgt. En bovenop dat allemaal willen de werkgevers ook nog een extra lastenverlaging. Zij worden hiervoor door de regering op hun wenken bediend met de belofte van nog eens een miljard euro bovenop de huidige jaarlijkse 5 miljard euro lastenverlaging. En dan maar klagen dat er een tekort is in de sociale zekerheid en dat we daarom allemaal langer moeten werken om dat tekort opnieuw aan te vullen!

Ik hoop dat we allemaal goed beseffen waar dit loopbaandebat in werkelijkheid over gaat, en wat we te verliezen hebben. Dat onze kinderen morgen niet opnieuw voor de meest precaire arbeidsrechten moeten gaan vechten. Dat zou een collectieve déjà vu van formaat opleveren.

 

>>>Elke Vandeperre



11:09 Gepost door Redactie Kenteringen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.