06-03-06

PAPIEREN STANDBEELD - Editoriaal februari '06

Editoriaal februari '06

Papieren standbeeld

 

Vijfentwintig jaar lang al houden de Argentijnse ‘Dwaze Moeders’ protestmarsen omwille van de duizenden slachtoffers die de Argentijnse junta onder leiding van Jorge Videla voerde tegen voornamelijk linkse activisten. Marxist-Leninisten, verraders van het vaderland, atheïsten, vijanden van westers christelijke waarden, pacifisten, nonnen en priesters, vakbondsvertegenwoordigers, vrienden van, en vrienden van vrienden van. Om als subversief en gevaarlijk door te gaan, hoefde je niet al te veel moeite te doen. In de naam van de nationale veiligheid verdwenen duizenden jonge mensen in de spookachtige categorie van de ‘desaparecidos’. Waarom werden ze ontvoerd en wie was er verantwoordelijk voor? Waar waren ze naartoe gebracht? Wat is er met hen gebeurd? Er kwamen geen precieze antwoorden op deze vragen: hun namen kwamen niet in de archieven voor; ze zaten nergens in de gevangenis; justitie was niet op de hoogte van hun bestaan. Geen dader werd ooit ingerekend, geen enkel martelkamp werd ooit teruggevonden, nooit is er een verantwoordelijke gestraft voor zijn misdaden. Na de militaire staatsgreep in maart 1976, toen in het ‘Argentinië van de Stilte’ om en bij de dertigduizend mensen door ontvoering, moord en marteling het zwijgen was opgelegd, werd de roep om gerechtigheid, om opheldering over het lot van de verdwenen mannen, vrouwen en kinderen voor het eerst gehoord uit de mond van een kleine groep vrouwen. Gezwollen ogen, krom lopend van verdriet. Erg gevaarlijk konden ze er niet hebben uitgezien. De enige wapens die ze droegen waren de foto’s van hun kinderen, witte hoofddoekjes, en geduld. Veel geduld. Het soort geduld waar enkel moeders over beschikken. Ze zetten het in wanneer je je spruiten weigert te eten. Of wanneer je zweert dat jij het niet was die tegen de vaas van tante Marcella aanliep. Of wanneer je groot wordt en ineens geen tijd meer voor hen hebt. Ze wachten en houden het eindeloos vol. Angstaanjagend, dat geduld.

De terreur die in Argentinië heerste, moest volgens de militaire machthebbers worden bedekt met de ‘mantel der vergetelheid’, vooral tegenover het buitenland. Maar dat was dus zonder de Dwaze Moeders gerekend, die elke week opnieuw hun rondes kwamen wandelen op het Plaza de Mayo. In het begin werd er lacherig over gedaan door het militaire terreurbewind. Maar ze bleven terugkomen. Met alsmaar meer vrouwen. En hun stem die in Argentinië niet mocht klinken, werd gehoord in het buitenland. Overal ter wereld ontstonden steungroepen van vrouwen die elke maand in de eigen hoofdstad voor de Argentijnse ambassade gingen postvatten.

Tegenwoordig doen de moeders en hun moeders zelf onderzoek op basis van foto’s, berichten en getuigenverklaringen en hebben ze een eigen kantoor. Ook houden ze bijeenkomsten en tentoonstellingen. Het kleine hoopje moeders van 1980 is vandaag een stevige mensenrechtenorganisatie met politieke activiteiten en een eigen krant, Diario de las Madres.

Geen leger is gevaarlijker dan deze vrouwen die 25 jaar lang, wekelijks voor het presidentieel paleis die ene vraag blijven stellen: “Waar zijn onze kinderen?”

Alsof ze niet weten dat ze vermoord werden. Alsof ze niet beseffen dat ze nooit meer thuis zullen komen. Maar zeggen zullen ze het nooit.

Laat de moordenaars maar zeggen dat ze dood zijn. Pas dan zal het voorbij zijn.

Wie weten, beter dan vrouwen, wat opstanding van de doden betekent? Hoe gevaarlijk de herinnering is? Hoe ondermijnend de combinatie van vragen stellen, moed en geduld?

Op 26 januari hielden de Dwaze Moeders hun allerlaatste 24-urenmars. Voorzitster De Bonaffi, zelf 77 jaar oud, voelt zich naar eigen zeggen ‘niet meer in staat om nog 24 uur aan één stuk rond het plein te wandelen’. De benen laten het afweten. Ook al heeft ze nog geduld over voor nog een leven. De wekelijkse rondes op het Plaza de Mayo blijven wel bestaan.

<<<Elke Vandeperre

 

13:48 Gepost door Redactie Kenteringen | Permalink | Commentaren (0) |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.