24-07-06

De priesters van de vrije markt - Editoriaal juli '06

Editoriaal juli '06

De priesters van de vrije markt

 

Kritische consumenten aller landen, verenigt u! Dezer dagen ligt namelijk het wetsontwerp dat het aantal koopzondagen aanpast op de regeringstafel. De sociale partners eisen alvast dat de beslissing wordt overgelaten aan het overleg dat in het najaar hierover gepland staat, maar de regering wil het er liefst nog even doordrukken voor ze op vakantie vertrekt. De Belgische bisschoppen hebben zich al enkele weken geleden gemengd in het maatschappelijke debat omtrent de plannen om het aantal koop- of winkelzondagen uit te breiden en de zondagsrust. Ze hadden nauwelijks de bisschoppelijke mond geopend of er stond al een liberaal met een vermanend vingertje in de lucht te zwaaien: “In Iran, Irak of Saudi-Arabië kunnen geestelijke leiders misschien zeggen wat mag en niet mag, maar hier niet!”, brieste VLD- kamerlid Bart Tommelein in de kamercommissie Bedrijfsleven. Vreemde redenering toch die een standpunt van de Belgische bisschoppen verbindt aan het gedrag van geestelijke leiders in het Midden-Oosten. Met zo’n zin suggereert Tommelein allerlei ideeën: bijvoorbeeld dat geestelijke leiders, ‘in het christendom net zoals in de islam’, per definitie politieke dictators zijn. En dat ‘ook’ de geestelijke leiders hier bij ons streven naar de macht om burgers (gelovig of niet) allerlei verboden en geboden op te leggen. Om de individuele vrijheid van de burger te beknotten, zeg maar.

Het achterliggende argument waarop Tommelein zijn betoog baseert, is de scheiding tussen kerk en staat. Op een hardnekkige manier blijven de liberalen deze grondwettelijk vastgelegde scheiding tussen godsdienst en staat onjuist interpreteren en verdedigen. Alsof de liberalen niet zouden begrijpen dat het in deze grondwettelijke bepaling niét gaat om een scheiding tussen religie en politiek. Alsof de liberalen geen juristen ter beschikking hebben die hen kunnen uitleggen dat de Kerken zich gerust mogen mengen in het maatschappelijke debat over heikele politieke thema’s. Alsof ze niet zouden weten dat de bisschoppen zonder probleem hun mening mogen geven over wetsontwerpen. Op het moment dat de Katholieke Kerk wetten gaat opleggen en verwacht dat deze wetten in de Belgische wetgeving geïncorporeerd worden, dàn is er sprake van inmenging. Maar misschien is het gevaar voor politieke inmenging vanuit de loge vandaag wel net iets groter dan vanuit katholieke of islamitische hoek, zeker rond het thema van de koopzondagen.

Niettemin past dit ‘scheiding van kerk en staat’-discours vandaag perfect in de liberale strategie om religies verder van het publieke forum weg te duwen en in het private leven op te sluiten. In de visie van Tommelein en Co moeten religies zich vooral bezighouden met God, meditatie, gebed en dat soort geestelijke zaken, maar hun handen van de politiek houden. Het ontgaat hen blijkbaar dat ook je visie op God en spiritualiteit alles met politiek te maken heeft. Of je je nu mengt in het politieke debat over vluchtelingen of zondagsrust, of je doet dat niét: je doet altijd aan politiek. Je neemt positie in door te spreken of te zwijgen, maar altijd is er sprake van politieke stellingname. Het is onmogelijk, beste mijnheer Tommelein, om niét aan politiek te doen. Ook voor de bisschoppen. Wanneer zij vandaag zwijgen over de vluchtelingen- en asielproblematiek, wanneer zij de deuren van hun kerken gesloten zouden houden en vluchtelingen op de straatstenen zouden laten staan, ook dan zouden de bisschoppen aan politiek doen. Vandaag doen de katholieke leiders –met recht en rede- uitspraken over de uitholling van de wekelijkse rustdag: “In een samenleving die sterk getekend wordt door individualisme, is een collectieve begrenzing van de arbeidstijd nodig om samen tijd te kunnen maken voor familiale contacten en voor gemeenschappelijke cultuurbeleving, vrijetijdsbesteding en ontspanning”. Daarnaast verwijzen zij ook naar het religieuze karakter van de zevende dag. Daarvoor zijn zij kerkleiders, niet waar? Maar in de eerste plaats gaat het over een ethisch-economische vraag: Hoe gaat onze samenleving om met de alsmaar toenemende arbeidsdruk, met de 24-uurs economie en de consequenties van de onbegrensde vrije markt? Wat willen wij opofferen aan de mogelijkheid om 7 dagen op 7, te kunnen consumeren? Op zondag kunnen kopen, is dat nu de ‘ultieme vrijheid’? En voor wie? Voor mijn part zijn het uiterst relevante vragen, ook voor wie op zondag geen kerkdeuren platloopt. Met de ‘sabbat’ heeft het jodendom de mensheid een ongelooflijk waardevol geschenk gegeven: één dag waarop het arbeiden ophoudt, één dag waarop grond en lucht, dier en mens weer op adem kunnen komen. Eén dag rust waarvoor niet gevochten moet worden, maar waar iedereen gewoon ‘recht’ op heeft. Om de menselijkheid te bewaren. Willen we dit zomaar opgeven morgen? En mogen ook christenen hierover luidop hun mening verkondigen?

“Het is niet omdat er christenen zijn die ’s zondags naar de eucharistie gaan dat de rest van de samenleving zich daarnaar moet schikken”, meent Tommelein.

Wel, het is ook niet zo dat heel de samenleving zich hoeft te schikken naar de liberale wet van de heilige winst en het dogma van shoppen tot in eeuwigheid, omdat de liberalen daar belang bij hebben.

 

Elke Vandeperre

 

 

 

16:03 Gepost door Redactie Kenteringen in Algemeen | Permalink | Commentaren (1) |  Facebook |

Commentaren

Info Weet u niet waarheen deze zomer? Kom dan kijken naar de nieuwste attractie in het dolfinarium van het Bannypark!

Gepost door: P.M. | 24-07-06

De commentaren zijn gesloten.